We onderscheiden de volgende typen maatregelen voor het aanpassen van gebieden in de zandgronden aan klimaatverandering: 

  • Technische maatregelen die iets doen met het bodem-watersysteem. Voorbeelden zijn aanpassingen op steilranden, in beekdalen of het afkoppelen van hemelwater in stedelijke gebieden;  
  • Beleidsinstrumenten, zoals regelgeving, communicatie en voorlichting, financiering of subsidie; 
  • Ruimtelijke inrichtingsmaatregelen, waarbij het landgebruik verandert van bijvoorbeeld landbouw naar recreatie of van natuur naar natte landbouw. 

In deze stap van de routekaart worden de volgende vragen uitgewerkt:

1. Welke maatregelen passen bij het gebied?

Om deze vraag te beantwoorden moeten we eerst kijken naar kaarten van het huidige landgebruik. We moeten ook weten waar beleid wijzigingen in het landgebruik beperkt, zoals in beschermde natuurgebieden voor Natura 2000 en het Nationaal Natuurnetwerk, op locaties van hoogspanningslijnen of in gebieden bestemd als cultureel erfgoed.   

2. Waar in het gebied passen de maatregelen?

Om de maatregelen te plaatsen in het gebied kunnen we de kaarten van het Landelijk Grondgebruik Nederland en de RegioAtlas gebruiken. In Klimap zijn deze kaarten toegepast voor het proefgebied Groote Molenbeek-Mariapeel.  

3. Past de keuze van een pakket maatregelen bij de inrichtingsvariant(en) die we selcteerden in stap 2?

Passen andere vormen van landgebruik bijvoorbeeld bij de grondwaterstanden die we verwachten of wensen in de inrichting voor de toekomst? Om dit na te gaan kunnen hydrologische modellen gebruikt worden. Dit is gedaan in de proefgebieden in Midden-Limburg.