In werkpakket Ontwikkelpaden wordt een flexibel planningsproces vormgegeven dat helpt om gebieden klimaatbestendig in te richten ondanks onzekerheid over de toekomst. Dit proces brengt de mogelijke paden en knikpunten in beeld die tot een meer klimaatbestendige inrichting kunnen leiden, gegeven de onzekerheden die er nog zijn. Op die manier kan men toch al een aantal adaptatiemaatregelen in gang zetten en voorkomen we dat onzekerheden de betrokken partijen verlammen. Dit werkpakket wordt gecoördineerd door Ingrid Coninx (Wageningen Environmental Research), Gerald Jan Ellen (Deltares) en Rozemarijn van den Berg (Waterschap Vallei en Veluwe).

Hoe kun je plannen maken voor een toekomst waarin nog zoveel onzeker is? En hoe zorgen we voor een klimaatbestendige inrichting van de Nederlandse zandgebieden? Dit is de uitdaging waar waterschappen en de provincies samen met anderen in het landelijk gebied voor staan. Onzekerheid kan verlammend werken, zeker wanneer er uiteenlopende toekomstbeelden en/of verschillen van inzicht zijn over de weg daar naar toe. Juist omdat er zoveel onzekerheid is, is er een planningsproces nodig dat flexibel is, zodat de planning aangepast kan worden wanneer de condities veranderen. Een benadering die hiervoor gebruikt kan worden zijn ‘ontwikkelpaden’.

Ontwikkelpaden

Ontwikkelpaden zijn verschillende paden waarin de adaptatiemaatregelen op een andere manier geordend zijn naar de toekomst toe. Hierbij wordt rekening gehouden met de bandbreedte van de onzekerheden in de toekomst. Wanneer men dan in de toekomst meer zekerheid krijgt, dan kan men op kritische momenten alsnog besluiten om van pad te wisselen. Deze kritische momenten worden ‘knik- of kantelpunten’ genoemd. Dit zijn momenten waarop het ‘logisch’ of ‘gemakkelijk’ is om van pad te veranderen. Je wil bijvoorbeeld van pad veranderen wanneer een bepaalde ontwikkeling dreigt vast te lopen, een doelstelling niet langer gehaald kan worden, of juist omdat er een ‘window of opportunity’ ontstaat om dingen anders te gaan doen. In de afbeelding hiernaast is het proces van ontwikkelpaden geschetst (bron: Denton et al., 2014).

Het identificeren van verschillende ontwikkelpaden en knikpunten maakt dat partijen adaptief kunnen opereren. Op deze manier kunnen de plannen of ingrepen tussentijds regelmatig worden getoetst aan de (nieuwe) inzichten ten aanzien van klimaatverandering en de impact op maatschappij en omgeving. De partijen zijn daarom bereid om gaandeweg bij te leren, betrokken te zijn met hun uiteenlopende ideeën en opvatting en te reflecteren wat de nieuwe inzichten betekenen voor hun gebied en hun manier van samenwerken. Dit betekent dat er geen lange termijn plan meer gemaakt wordt dat jarenlang vastligt. Wel is er nu sprake van een dynamisch, langlopend planproces dat regelmatig opnieuw aangepast wordt aan de nieuwe inzichten.

In dit werkpakket werken we in een aantal proefgebieden samen met probleemeigenaren om ontwikkelpaden als methode te concretiseren en te implementeren. Hierbij is er aandacht voor de aanpassingen en innovaties in het fysieke systeem en óók voor de sociaal-maatschappelijke context: draagvlak bij de stakeholders die de maatregelen moeten uitvoeren (haalbaar), de financiering van maatregelen, bijvoorbeeld met nieuwe verdienmodellen (betaalbaar) én veranderingen in beleid en regelgeving die nodig zijn om maatregelen te kunnen uitvoeren (uitvoerbaar).
Binnen het werkpakket Ontwikkelpaden zetten we daarom ook in op het versterken van het regionale netwerk, opdat:

  • er beter toegang is tot (nieuwe) kennis en informatie;
  • kennis en ervaring tussen mensen meer gedeeld wordt;
  • er ruimte is om te leren, te experimenteren en te innoveren.

Dit werkpakket heeft ook aandacht voor het opschalingsvraagstuk. Want pilots en proeven kunnen succesvol zijn, maar om tot echte klimaatbestendige regio’s te komen, is het nodig dat de condities voor opschalen goed zijn. De pilots en proeven zullen daarom zo goed mogelijk moeten corresponderen met de dagelijkse praktijk. We zullen daarom vanaf het begin expliciet aandacht besteden aan de vraag hoe we er voor kunnen zorgen dat datgene wat in de proefgebieden wordt geleerd kan worden opgeschaald naar andere, vergelijkbare, gebieden dan wel kan worden vertaald in generiek beleid.

Bronnen:

Denton, F., et al. (2014) Climate-resilient pathways: adaptation, mitigation, and sustainable development. In Climate Change 2014: Impacts, Adaptation, and Vulnerability. Part A: Global and Sectoral Aspects. Contribution of Working Group II to the Fifth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change (eds Field, C. B., V. R. Barros, D. J. Dokken, et al.), pp. 1101-1131. Cambridge University Press, Cambridge, United Kingdom and New York, NY, USA.

Vreugdenhil, H., J. Slinger, W. Thissen, P. Ker Rault (2010). Pilot projects in water management. Ecology and Society, 15(3). 13. [online http://www.ecologyandsociety.org/vol15/iss3/art13/]

Breman, B. C., van Buuren, A., & Ellen, G. J. (2017). De pilotparadox: de keerzijde van succes. Land & Water, (4), 32-33.