In een weiland in Biezenmortel (Noord-Brabant) worden experimenten gedaan met de introductie van regenwormen. Het idee is dat de verticale gangen van zogenaamde pendelaars (pendelende regenwormen) ervoor zorgen dat het water kan infiltreren en lucht in de grond gebracht wordt. 

De doorwortelbaarheid van de graszode wordt door de pendelaars verbetert. Onder optimale omstandigheden vraagt deze wormenintroductie om meerdere maatregelen, zoals een beperkte grondbewerking. De proef wordt uitgevoerd door het Louis Bolk Instituut in samenwerking met De Duinboeren en Waterschap De Dommel.

Welke maatregelen worden onderzocht?

In de veldproef wordt de volgende maatregel uit de KLIMAP menukaart onderzocht:

B1.3 Waterinfiltratie regenworm introductie en management.

Doel van de veldproef

Het doel van het onderzoek is om te bepalen wat het effect is van de introductie van regenwormen op de structuur en infiltratiecapaciteit van de bodem. Daarnaast is de vraag hoe het de wormen vergaat, of ze blijven leven en of hun aantal toeneemt.

De aanpak

In 2021 worden wormenmetingen gedaan en worden vochtsensoren en waterinfiltratie-ringen geplaatst om het effect van introductie van regenwormen op infiltratiecapaciteit, slemp en verdichting te onderzoeken (zie ook maatregel B2.5).

Video

De functie van pendelende regenwormen in de diepe ondergrond.