De hoge zandgronden zijn gevoelig voor klimaatverandering. Doordat het water snel wegzakt of bij hevige regenval afstroomt is water in droge jaren schaars. Agrariërs zijn daardoor veelal aangewezen op beregening met grondwater. 

Druppelirrigatie aanlegDe vraag is hoe we dit schaarse grondwater optimaal kunnen benutten. Daarom wordt onderzocht of met druppelirrigatie met minder waterverbruik een vergelijkbare productieopbrengst kan worden bereikt dan met de huidige beregening met haspels.

Welke maatregelen worden onderzocht?

In de veldproef wordt de volgende maatregel uit de KLIMAP menukaart onderzocht:

C1.1 Benutting grondwater mbv druppelirrigatie

Doel van de veldproef

Het doel van dit onderzoek is om te bepalen of met ondergrondse druppelirrigatie met minder waterverbruik een vergelijkbare productieopbrengst kan worden bereikt. Verder wordt gekeken of met tensiometers (die de vochtspanning meten) de waterbehoefte van de plant nauwkeuriger kan worden bepaald dan met vochtsensoren (die het vochtgehalte meten). Hierdoor kan mogelijk meer efficiënt water worden toegediend. Het nevendoel is om te kijken hoe de kosten van druppelirrigatie zich verhouden tot de kosten van een beregening met haspels.

De aanpak

In 2021 is een praktijkproef uitgevoerd op een aardappelperceel bij Van den Borne in Reusel in Noord-Brabant. Omdat dit een nat jaar was tijdens het groeiseizoen, was er nauwelijks noodzaak voor aanvullende irrigatie of beregening. Daardoor is het niet mogelijk gebleken om op basis van deze proef de gestelde onderzoeksvragen vanuit praktijkgegevens te beantwoorden. In het vervolg is afgezien van een nieuwe praktijkproef. Een belangrijke overweging hierbij was de constatering dat eenmalig gebruik van de druppelslangen niet kosteneffectief is.

Resultaten over de effectiviteit van ondergrondse druppelirrigatie zijn derhalve alleen vastgesteld aan de hand van simulaties, met als doel na te gaan of het toegediende water op percelen op zandgrond beschikbaar blijft in de wortelzone voor gewasopname, of dat een deel naar de diepere ondergrond stroomt en eventueel terecht komt in het grondwater.

Resultaten

Uit de resultaten is gebleken dat het toegediende water voor een deel beschikbaar is voor wateropname door de plantenwortels, maar dat het overige deel wegzakt tot beneden de wortelzone en leidt tot aanvulling van het grondwater. Hoe ondieper de ligging van de ondergrondse druppelaar des te efficiënter is de irrigatie voor wateropname.

Lees voor meer resultaten en achtergrondinformatie het onderzoeksrapport: 'Ondergrondse druppelirrigatie, Modelonderzoek effect installatiediepte op een zandgrond', Marius Heinen, Wageningen Environmental Research.