In verband met de oorspronkelijke vervangingsopgave van gemaal Terwolde, wil het waterschap onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om het gebied zelfvoorzienend te laten zijn wat betreft water. Aan de hand van de concrete vragen voor het gebied ontwikkelen en toetsen we methoden om ontwikkelpaden voor het gebied te ontwerpen.

Een van de eerste proefgebieden die binnen KLIMAP zijn opgestart is het gebied van de Noordelijke IJsselvallei in Gelderland, gelegen tussen de Veluwe en de rivier de IJssel. Het gebied bestaat grofweg uit twee delen met een eigen problematiek: “Terwolde Hoog” en “Terwolde Laag”. De problematiek in het gebied is divers: deelgebied “Terwolde Hoog” kampt met droogte en heeft weinig mogelijkheden om water aan te voeren, terwijl deelgebied “Terwolde Laag” afhankelijk is van water aan- en afvoer van de IJssel via het gemaal Terwolde. Aanleiding voor dit proefgebied was de mogelijke renovatie en de status van het gemaal Terwolde. Het zuidelijke deel van het gebied, “Terwolde Hoog”, is het hoger gelegen deel van het gebied waarin naast landbouw en fruitteelt ook kleinschalige natuur en de stedelijke gebieden Apeldoorn en Twello liggen. Het gebied is voor de watervoorziening grotendeels afhankelijk van lokale neerslag en kwelwater vanuit de Veluwe. De mogelijkheden om water aan te voeren vanuit de IJssel zijn zeer beperkt. De afgelopen jaren waren de effecten van droogte duidelijk merkbaar: sterke daling grondwaterstanden, natuurschade, landbouwschade, toename onttrekking grondwater.

Doel van het proefgebied

Binnen het proefgebied Noordelijke IJsselvallei worden vanuit de methodiek van ontwikkelpaden onderzocht welke water- en klimaatopgaven er momenteel spelen in het gebied en hoe dit verandert in de toekomst. Hiervoor worden autonome veranderingen (klimaat en sociaaleconomisch) in beeld gebracht en wordt nagegaan wat de impact hiervan is op het water- en bodemsysteem en de belangrijkste functies van het gebied. Welke opgaven spelen er in de toekomst? Wanneer worden (bestaande) opgaven knelpunten of knikpunten? Vervolgens wordt onderzocht welke maatregelen en/of landgebruiksveranderingen mogelijk en nodig zijn om het water- en bodemsysteem in de toekomst robuust en duurzaam in te richten. Daarbij wordt expliciet rekening gehouden met de onzekerheden in de toekomstige ontwikkelingen in het gebied.

Beknopte omschrijving aanpak

Betrokkenen

Gebiedspartners:

  • Waterschap Vallei en Veluwe (Rozemarijn van de Berg, Ans Elffrink, Harmen van de Werfhorst, Peter Duteweert)
  • Provincie Gelderland (Teun Spek)

Kennisinstituten:

  • Deltares (Dimmie Hendriks, Femke Schasfoort, Ilja America, Gerben Koers)
  • KWR (Marjolein van Huijgevoort, Esther Brakkee, Janine de Wit)
  • WLR (Charlotte Verburg)
  • WENR (Guido Bakema)

Studenten:

  • ACT studenten WUR (startanalyse context en ontwikkelpaden)
  • MSc student WUR Floor van der Meer (autonome, gebiedspecifieke toekomstscenario’s)

Werkwijze

In het proefgebied is afgelopen jaar (2020) gewerkt aan een contextbepaling (routekaart; stap 1), waarin de beschikbare informatie en kennis op het gebied van het water- en bodemsysteem, landgebruik, sociaaleconomische aspecten, cultuur, beleid en politiek worden samengevat. Ook wordt in de contextbepaling een overzicht gegeven van de beschikbare geohydrologische modellen en effectmodules die beschikbaar zijn in het gebied, waarbij de toepasbaarheid en bruikbaarheid van deze tools om antwoord te geven op de vragen in de casus wordt geëvalueerd. De contextbepaling wordt binnenkort afgerond en als interactief document beschikbaar gesteld.

In de eerste helft van 2021 is de bruikbaarheid van bestaande grootschalige en verkennende (model)studies en scenarioanalyses op het gebied van autonome ontwikkelingen (klimaat, sociaaleconomisch) en maatregelen (routekaart; stap 2 en 3) geëvalueerd. Wat zeggen de resultaten van bijvoorbeeld het Deltaprogramma Zoetwater en het onderzoeksproject Droogte Hoge Zandgronden over de toekomstige ontwikkeling en effectiviteit van maatregelen in de Noordelijke IJsselvallei? En zijn de toegepaste methodes en modellen/tools bruikbaar om in te zetten op gebiedsschaal?

Op dit moment worden met een aantal stakeholders gebiedspecifieke normatieve scenario's opgesteld op basis van de voor het gebied vastgestelde Blauwe OmgevingsVIsie (BOVI). Deze worden gevisualiseerd en vervolgens via te ontwikkelen generieke beslisregels vertaald naar kaarten en modeldata. Dit maakt het mogelijk om met regionale modellen de scenario's te toetsen op klimaatrobuustheid.  Het toetsingskader hiervoor wordt parallel in KLIMAP ontwikkeld.

Eerste resultaten

 Op dit moment wordt nog hard gewerkt aan de producten. Zodra deze afgerond zijn, worden deze toegevoegd aan de website.