De bodem ter plaatse van proefbedrijf De Marke in Hengelo (Gld) bestaat uit leemarme tot zwak lemige, fijn zanden (veldpodzol). Deze bodems zijn droogtegevoelig. In KLIMAP onderzoeken we in een maïs- en grasperceel op de proefboerderij wat het effect is van het aanbrengen van lichte en zware klei in de zandige bovengrond op de waterhuishouding. De verwachting is dat door die bijmenging het watervasthoudend vermogen van de bodem en de vochtleverantie voor het gewas verbetert.

Korte omschrijving locatie

De bodem ter plaatse van proefbedrijf De Marke in Hengelo (Gld) bestaat uit leemarme tot zwak lemige, fijn zanden (veldpodzol). Deze bodems zijn droogtegevoelig. In KLIMAP onderzoeken we in een maïs- en grasperceel op de proefboerderij wat het effect is van het aanbrengen van lichte en zware klei in de zandige bovengrond op de waterhuishouding. In het maisperceel zijn ongestoorde bodemmonsters genomen, alsook op de locaties waar de aangebrachte klei vandaan kwam (lichte klei: nabij Aerdt; zware klei nabij Tricht). De KLIMAP-metingen zijn een aanvulling op proeven uit een groter project: Duurzame verwerking grondstromen binnen de landbouw. De veldmetingen wordt uitgevoerd door onderzoekers van WLR en WENR.

Welke maatregel(en) wordt/worden onderzocht?  

In deze veldproef doen we onderzoek naar de volgende maatregel uit de KLIMAP menukaart:

B2.1 bodemstructuurverbetering met klei in zand 

Doel van de veldproef  

Het doel van het grotere project Duurzame verwerking grondstromen binnen de landbouw is het opvullen van de kennishiaten omtrent het gebruik van humus- en kleirijke grond ter verbetering van de arme droge zandgronden. Vanuit KLIMAP worden aanvullende metingen verricht aan de waterretentie- en doorlatendheidskarakteristieken van de klei-in-zand profielen. Klei aanwenden op zandgrond heeft in principe een blijvend effect. Hoe groot het effect is, wordt nu nader onderzocht. 

Beknopte omschrijving aanpak 

In ongestoorde bodemmonsters worden de waterretentie- en doorlatendheidskarakteristieken gemeten van de lokale zandgrond (zonder kleitoevoeging), en van monsters genomen in de plots waarbij 5 of 10 cm lichte of zware klei is toegediend. Deze eigenschappen worden ook gemeten in monsters bestaande uit alleen de lichte of zware klei. Op deze manier kan worden nagegaan in hoeverre de eigenschappen van de lokale zandgrond veranderen door de toevoeging van klei. De bodemmonsters zijn in het najaar van 2020 uit het veld gehaald. In de eerste helft van 2021 zijn de laboratoriummetingen aan deze monsters uitgevoerd (bodemfysisch laboratorium van WENR). 

Eerste resultaten 

De resultaten van de waterretentie- en doorlatendheidskarakteristieken zijn eind 2021 beschikbaar. Zowel in 2019 als in 2020 was er sprake van iets hogere opbrengsten (mais, gras) in de plots waar klei was toegevoegd en werd iets meer vocht in de bovengrond vastgehouden. Ook op andere bedrijven, naast De Marke, zijn vergelijkbare proeven opgezet, zodat ook daar informatie over het effect van het toevoegen van klei in zand wordt opgehaald.