Laag 1: Fysieke laag

Deze laag start vanuit de tastbare en fysieke werkelijkheid, en is erop gericht om vanuit zowel het natuurlijk systeem (abiotisch en biotisch) de verbinding te leggen naar de meer antropocentrische ontwikkelingen (functies en netwerken). Voorbeelden van informatie zijn: bodem, hoogte, water, natuur, landgebruik + typen, netwerken.

Naast de fysieke laag worden in het Rathenau rapport ‘Voorbij lokaal enthousiasme, Lessen voor de opschaling van living labs’ nog vier dimensies van maatschappelijke inbedding onderscheiden: technologie, economie, regulering en sociaal-cultureel. “In innovatieprocessen moet geleerd worden over al deze dimensies om innovaties maatschappelijk robuust te maken.” Deze vier dimensies, vertaald naar 3 extra lagen in de systeembenadering, zijn hieronder nader beschreven.

Laag 2: Sociaal-cultureel en economisch

Hierbij gaat het over de sociaal-maatschappelijke aspecten in het gebied en hoe deze bijdragen aan de waarden van het gebied. Het is belangrijk om een beeld te krijgen van deze sociaal culturele en maatschappelijke- economische aspecten. Voorbeelden van informatie zijn: sectoren die in het gebied actief zijn, grondposities (kadastraal/globaal), demografie, bevolkingsdichtheid, actoren en gemeenschappen in het gebied (stakeholder analyse!)

Laag 3: Technologie

Deze laag is erop gericht inzicht te krijgen in de huidige wijze waarop technologie wordt gebruikt in het gebied om de opgaven aan te pakken. Technologie is nodig om een integraal inzicht te krijgen in mogelijkheden voor het gebied (Ahlborg et al. (2019), Depietri and McPhearson (2017)). Voorbeelden van informatie zijn: gebruikte technieken bij de invulling van het water-, bodem en natuurbeheer, en in de landbouw. 

Laag 4: Beleid en regulering

In deze laag gaat het om welke regulering er rond welke opgave bestaat en welke ontwikkelingen hier bij horen.