Aanpak

In deze casus binnen KLIMAP toetsen en verfijnen we de eerste vier stappen van de routekaart  als methodiek om:

  • inzicht te krijgen in de effectiviteit van strategieën en maatregelen om gestelde doelstellingen te behalen;
  • maatregelen te positioneren in de tijd en ruimte, zodat ook lange termijn maatregelen bespreekbaar en inzichtelijk worden gemaakt.

In een aantal gezamenlijke sessies (wegens COVID-maatregelen deels online gehouden) zijn de volgende stappen doorlopen:

  1. Context bepalen van het gebied en de opgaven
  2. Opstellen van normatieve scenario’s of droombeelden voor het jaar 2050, op basis van leidende principes
  3. Het identificeren van passende maatregelen en het vertalen van de toekomstscenario’s naar inrichtingsvarianten
  4. Het ontwerpen van ontwikkelpaden door het identificeren van mogelijke strategieën en deze in de tijd te plaatsen

Vanwege een groeiend maatschappelijk, beleidsmatig en inhoudelijk belang van de verbinding tussen de Brabantse en Limburgse kant van De Peel hebben we de casus Noord-Limburg opgeschaald naar het niveau van zowel de Deurnse peel als de Mariapeel (casus Vitale Peel). In de casus Vitale Peel zijn  vervolgens de stappen 5, 6 en 7 uit de routekaart doorlopen.

Lessen en successen

Het toepassen van de stappen uit de routekaart in de casus Noord-Limburg bracht de volgende methodische leerpunten en inzichten naar voren:

  1. Aandachtspunt in een werkelijk gebiedsproces is of partijen in staat zijn voldoende buiten bestaande kaders en situaties te denken.
  2. Bij de afweging of landgebruiksverandering nodig i,s kan het helpen om bedrijfseconomische modellen te koppelen aan het instrumentarium Waterwijzer Landbouw. Dan kan duidelijk worden aangegeven waar de kantelpunten liggen voor de wijziging van bedrijfsvoering.
  3. De routekaart moet niet worden beschouwd als rechtlijnig stappenplan, maar moet de mogelijkheid bieden om na een bepaalde stap weer terug te gaan naar de vorige stap.
  4. Het is zoeken naar het meest passende schaalniveau om klimaatadaptatie aan te vliegen. Te groot levert een te diffuus beeld op; te klein levert een suboptimale postzegel-oplossing. Vanuit de praktijk werd dan ook voor een gebiedsproces een ondergrens van ongeveer 1000 HA genoemd.
  5. Oplossing voor een klimaat- en waterrobuuste inrichting ligt bij het veranderen van functie en niet bij het stapelen van technische oplossingen.
  6. De ontwikkelpaden zijn neergezet zonder daarbij expliciet in te gaan op de rollen, middelen, belangen en taken/verantwoordelijkheden van zowel publieke als private actoren. Is het mogelijk om dat voor bijvoorbeeld de eerste 10 jaar te doen? Vinden er verschuivingen plaats?